Voor vakmanschap schiet passie tekort

Alsjeblieft, geen passiegericht onderwijs

Robert Fritz is componist en kunstschilder. In zijn boek laat hij zien wat we van kunstenaars kunnen leren. Kunstenaars verzinnen iets en gaan creëren. Wij worden opgeleid de omstandigheden te zien als dominant en daarop behendig te reageren (ageren is een eigenzinnige en zelfgekozen manier van reageren).

Het leren van een vak en daarin goed worden is bij uitstek ‘bedreven worden in het reageren op wat je aantreft’. Zie de ANWB-man. Die is er zo uit als uw auto het niet meer doet. Na wat observaties en eenvoudige metingen horen we hem zeggen “het is niet de accu, startmotor, dynamo, brandstoffilter, het zijn de startbougies”.

We kennen het decennium dat de leerling zelf zijn leervragen moest verzinnen om van daaruit een eigen leerroute te creëren. Frontaal iets uitleggen dat niet aansloot bij zijn belevingswereld werd een overtreding die menig docent angstvallig ging vermijden. Ik heb veel docenten in het MBO zien lesgeven die alles van iets af wisten, maar hun vak kwijt raakten en hun leerlingen hun vak niet meer konden doorgeven. De leerlingen die de school verlaten hebben en bedrijven die hen nu ontvangen, kunnen de ‘volg-je-passie-onderwijsmaffia’ hartelijk bedanken. Het is namelijk maar voor weinigen weggelegd om vanuit passie tot vakmanschap te komen. En als iemand nog steeds denkt dat dit de goede weg voor iedereen is, bel me even, dan stuur ik u een jonge loodgieter die zijn passie gevolgd heeft naar u toe om bij u de waterleidingen te verplaatsen. Bent u zo genezen en begrijpt u meteen wat ik bedoel.

“Maar moet het onderwijs dan niet iets doen met creëren?” hoor ik een maffia-lid nog proberen. Zeker. Maar dan strikt gescheiden van het vakmanschap-spoor dat op te vatten is als het fundament. En dan kom ik op een bedrijf die beide sporen ook strikt gescheiden heeft gehouden en er zeer succesvol mee geworden is: 3M. Elke werknemer mocht 15% van zijn werktijd zich bezighouden met clandestiene projecten (de andere 85% (?), aan het werk!). In die 15% van de tijd kon de werknemer zich uitleven in iets waar alleen hij veel in zag. De managers namen de houding aan van ‘misschien komt er iets uit wat wij nog niet zien en dat van grote waarde is’.

Als nu elke school deze 15-85% scheiding strikt toepast en die 15% voor elke week van het jaar op een serieus tijdstip inroostert (niet vrijdagmiddag, maar woensdagochtend) dan levert dat straks een generatie op van echte vakmensen.

Marc Oskam, auteur van het boek “Venijn in de start”

“De weg van de minste weerstand”, over de kunst van het creëren: Robert Fritz
“De geïndividualiseerde onderneming”: Goshal & Bartlett
Opmerking:
Het woord ‘maffia’ is in deze column gebruikt in de betekenis van “besloten wereldje” (zie de derde betekenis van dit woord in de van Dale)

Deze column is op 10 juli 2011 gepubliceerd op de site van de OrganisatieActivist.

Organisaties en managers helpen

This entry was posted in Marc Oskam's Blog. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>