Hitchcock voor schooldirecteuren

In een analogie met de film ‘Frenzy’ van Alfred Hitchcock, wordt in een hilarisch verhaal getoond hoe een schooldirecteur een andere stijl van leidinggeven ontdekt.

Marc Oskam

Het moet ergens in april geweest zijn dat Adriaan, directeur van een grote basisschool, op de gedachte kwam om eens te vertellen wat hij in het komend schooljaar 2003/2004 graag met zijn team zou willen bereiken. Op een dag in mei was het zover. Adriaan nam een kwartier voor het einde van de teamvergadering het woord. Uitspraken als ‘het kind centraal’, ‘brede school’, ‘we doen het samen’, ‘we zitten in een leerproces’ en ‘optimaal contact met ouders’ kwamen soepel uit zijn mond en vormden zich tot een geheel.
Iedereen verliet de vergaderruimte, wat gehaast om weer les te kunnen gaan geven. Jannie, een gelijkgezinde collega bleef nog wat na. “Hoe vond je het”, vroeg Adriaan haar aarzelend. “Nou”, zei Jannie, “je zou eens een aparte bijeenkomst hierover moeten beleggen”. Er viel een korte stilte. Onze directeur kwam daardoor op een idee. “Zou Powerpoint dan wat zijn …?” Jannie gaf hem een knipoog.

Een stevig verhaalPowerpoint kwam Adriaan goed uit. Hij kon zich nu veel beter voorbereiden. In plaats van zijn verhaal uit de losse pols te vertellen, had hij nu de gelegenheid om de missie, visie en strategie van de school nog eens goed voor zijn collega’s op een rijtje te zetten. Ook het gebruik van het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) kon hij nu eindelijk veel beter en gedetailleerd uiteenzetten. Adriaan kreeg er echt lol in.
“Dit wordt een belangrijke dag,” zei Adriaan op de ochtend van zijn presentatie en gaf zijn vrouw een nerveuze zoen. Zijn hoofd zat nog vol van de voorbereiding van die nacht. Hij had ook nog wat twijfels, zou hij naast het POP ook nog ingaan op het JOP (jaarontwikkelplan), SOP (schoolontwikkelingsplan) en de mogelijkheid van een TOP (teamontwikkelingsplan) en PAP (persoonlijk afbouwplan voor oudere onderwijzers)”. Maar de twijfel was van korte duur; “Laat ik open kaart spelen en alles vertellen!”. Hoe meer hij in de buurt kwam bij de school, des te zekerder werd hij van zijn zaak.
De bijeenkomst was een succes. Iedereen luisterde, je kon een speld horen vallen. Vragen waren er niet. Dat verbaasde onze directeur ook niet, hij had zich immers grondig voorbereid. In de pauze na zijn verhaal kwam Jannie naar hem toe. Zij klopte hem op zijn schouder en zei: “Een stevig verhaal, ik kan niet bedenken dat je iets vergeten bent”. Van de andere collega’s kwam er niemand naar hem toe om hem te spreken. Wel glimlachjes, vriendelijke knikjes op afstand en hier en daar een blik van begrip.

Een signaal dringt doorTevreden ging Adriaan naar huis. Maar juichend was hij niet. Gek vond hij dat eigenlijk. Wat was er met hem aan de hand? Zo dacht hij over zichzelf. Thuis vroeg zijn vrouw hem meteen hoe het was gegaan. “Het was een goede dag, ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. Het bestuur kan tevreden zijn, ik heb de school op de kaart gezet!” Maar hij bleef zich ongemakkelijk voelen. En dat kwam door zijn vrouw, die keek hem zo gek aan. “Zei Bert nog wat over je verhaal”. Adriaan kromp ineen bij het horen van juist deze naam. “Ik hoef aan hem niet te vragen wat hij ervan vindt, dat weet ik al en de rest van het team ook” antwoordde hij enigszins gepikeerd. Die nacht spookte Bert door zijn hoofd. Terwijl zijn vrouw diep sliep, lag de directeur te woelen.
De volgende ochtend ging hij, na een snel ontbijt, snel weg. “Zoek mensen op die het niet met je eens zijn en iets interessants in te brengen hebben, dan pas ben je een vent! Van mensen die het altijd met je eens zijn, leer je niks”, wierp zijn vrouw Adriaan nog na voordat zij de deur dichtdeed. Hij kromp voor de tweede keer ineen. Hij begon een hekel te krijgen aan zijn vrouw en sloeg de deur van zijn auto ook harder dicht dan normaal. “Je eigen vrouw weet altijd de plek te raken die het meeste zeer doet. Maar daarom ben je juist getrouwd.” Dat was altijd de uitspraak van Bert. Voor de derde keer kromp hij ineen. Maar toch… zou mijn vrouw een beetje, een klein beetje, gelijk hebben?
Zo stond hij plotseling oog in oog met Bert in de personeelskamer (alsof de duvel ermee speelt, dacht hij nog). Hij ging iets doen wat hij nog nooit gedaan had: “Zeg Bert, even over gisteren, …uh,uh…wat vond je er eigenlijk van?” (Hem aankijken ging hem toch wat te ver.) “Ik zal eerlijk zijn, ik vond het een verhaal van niks, volstrekt over de hoofden heen”. Hij was al weg voordat onze directeur het besefte. Gelukkig kwam Jannie net binnen. Haar glimlach zorgde voor een goed begin van de dag. Toch werd het geen prettige dag. En Adriaan verlangde meer dan normaal naar zijn vrouw terwijl hij nog op school zat.

“Kom op, slapjanus”Om vier uur ging hij snel naar huis, waar hij direct met de deur in huis viel. “Bert vond het een verhaal van niks”. Adriaan hoopte dat zijn vrouw ook kwaad zou worden. Maar ze keek enkel op, de rust zelve. “Ga eerst eens zitten, ik heb thee.” Paniekerig en gejaagd vertelde Adriaan wat er die dag allemaal in hem was omgegaan. Ze luisterde, rustig en op haar gemak. “ Ik ga hem helpen, deze arme stakker”, moet zij gedacht hebben. En of ze hem ging helpen! Hoewel Adriaan dat in het begin helemaal niet zo ervaarde. Een container vol met vragen stortte zijn vrouw over hem heen.
“Kunnen mensen het wel voor zich zien waar jij naar streeft? Heb je wel echt met Bert gesproken? Spreek je alleen met gelijkgezinden? Daag je je mensen wel eens uit om zo vroeg mogelijk hun ware gezicht te tonen, wat ze er écht van vinden? Geef je ook aan dat je dat op prijs stelt, juist als ze niet met je eens zijn? En als ze andere ideeën hebben, ga je dan ook tot het bot om hierover alles te weten? Of ben je bang iets te horen wat je niet bevalt, en als je het niet bevalt, kijk je dan de andere kant uit? Zie je de realiteit altijd wel onder ogen, zoek je die op, ook als deze negatief is, of heb je al jaren gekozen voor een illusie? Als iemand je kritiseert, onderzoek je dan ook of hij of zij op een punt gewoon gelijk heeft. Neem je altijd pas een beslissing totdat de mensen die niet willen pas zover zijn? Is het wel eens spannend in je team of zorg jij telkens voor ontspanning, doe je wel eens iemand pijn omdat hij het verdient? Heb je ooit voor verwarring gezorgd, dat alles op losse schroeven gaat staan, heb je wel eens de samenwerking opgezegd bij iemand die telkens wel aanschuift maar nooit echt wil, coach je nog steeds mensen die zelf niet gecoacht willen worden?” En zo ging ze maar door.
Onze directeur kon na dit bombardement maar één zin uitspreken; “Lieve Els, ik kan het niet. Ik ben geen vent en geen directeur, geen van beide.” “Kom op slapjanus”, sprak zei daarop, ”Zorg er maar eens voor dat je het venijn altijd in de start hebt.”
Het was deze zin die, zomaar even gezegd, de hele avond door Adriaans hoofd bleef spoken; het venijn in de start, het venijn in de start…

Una giornata particolareOok toen Adriaan de volgende dag het werkoverleg opende, draaide alles om deze zin. Alsof hij door een nieuwe bril keek en daardoor andere dingen zag, opmerkte en ook ging zeggen. Iedereen was er. Bert ook. Aarzelend begon hij. “Wat betreft de brede school, ik… ik wil graag volgend jaar zien dat een ieder van jullie er bovenop zit als een kind de boot dreigt te missen. Ik wil dat in dit overleg gaan merken. Het laatste kwartier van elk overleg gaan we voortaan hierover spreken. Dat wordt een traditie.” Hij zei even niks. Met dit begin had Adriaan direct de aandacht te pakken. Zo concreet had niemand hem nog ooit gehoord. Zijn collega’s keken wat onwennig. Jannie probeerde het weer naar het normale terug te brengen. “Adriaan, zeg je dit nu in het kader van het JOP, SOP, TOP, PAP of POP? Hoe dan ook, we moeten dan toch eerst eens kijken naar onze competenties en vooral ook naar onze talenten, dacht ik zo.” Alsof zijn vrouw hem influisterde en alsof hij gestoken werd door een adder keek hij Jannie doordringend aan: “Ik heb het over wat ik met deze school wil. Wat wil jíj? Ik wil het nu van je horen. Laat je ware gezicht zien en verschuil je niet.” Jannie besefte nauwelijks wat er gebeurde. Adriaan keek de tafel rond. Bert was stil, maar aan zijn gezicht kon Adriaan zien dat dit hem beviel. “Ik wil graag zo met jullie samenwerken, vertel wat je ervan vindt, ieder voor zich, waar we het ook over hebben. Zo stellen jullie mij in staat de school te managen. Ik wil zo vroeg mogelijk verrast worden, onaangenaam, maar vooral ook aangenaam..Niet om één minuut voor twaalf, degene die dat doet brengt mij en ons in de problemen. Hier wil ik het nu bij laten. Laat een ieder nadenken over mijn opmerkingen. Ik ga aan het werk”.

Die dag kwamen mensen naar hem toe die dat anders nooit deden. Hij kreeg nieuwe dingen te horen. Dat verfriste hem enorm. Hij had het krachtenveld in zijn team compleet verstoord. En hij nam zich voor: ‘Of het nu IPB of invoering van lumpsum of een andere onderwijsvernieuwing betreft, ik wil het venijn in de start. Vandaar uit ga ik trajecten optuigen en succesvol ten einde brengen. Dit begin heb ik geleerd, nu de rest nog.’

Adriaan kwam heel anders thuis. “En?”, vroeg zijn vrouw, “Heb je het met Jannie aan de stok gekregen?” Hij was verbouwereerd. “Hoe weet jij dat nou?” “Nou, heel simpel,” antwoordde zijn vrouw, “als je gaat veranderen, krijg je het altijd met minimaal één persoon aan de stok. En als dat gebeurt lig je op koers.”

Vanaf nu kwam Adriaan vaker thuis met verrassingen en kreeg hij steeds meer grip op de echte realiteit. Deze enerverende dag was het begin hiervan. Daarom was het een bijzondere dag. In termen van een andere klassieke film: ‘una giornata particolare’.

EINDE

Organisaties en managers helpen

This entry was posted in Artikelen in vakbladen. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>